2019 06 15Kamerkoor Collegium Vocale Zutphen viert dit jaar haar 30-jarig bestaan. In de afgelopen 30 jaar hebben we prachtige concerten mogen geven en daar gaan we graag mee door!
Wij vieren ons jubileum met het organiseren van een culinair concert op een bijzondere locatie.
Onder leiding van onze dirigente Saskia Regtering brengen we muziek ten gehore uit diverse stijlperiodes van onder andere: Eric Whitacre, Leonard Bernstein, Gabriël Fauré en Wolfgang Amadeus Mozart. Martje van Damme begeleidt ons met haar prachtige pianospel.
Op deze avond kunt u genieten van deze mooie muziek en krijgt u een heerlijk 3-gangen diner voorgeschoteld.
Dit avondvullende programma vindt plaats op zaterdagavond 15 juni 2019 in het Koelhuis te Zutphen. De kosten voor het concert, inclusief diner en een paar drankjes bedragen € 35.
U kunt zich aanmelden via het contactformulier.
2018 11 03 04 kleinElias van Mendelssohn
Abendlied van Rheinberger:
en motetten van Bruckner.

zaterdag 3 november 2018 om 20.00 uur in de Dorpskerk te Rheden

zondag 4 november 2018 om 15.00 uur in de kerk te Almen


De zangers bij deze concerten zijn:

solisten:
Elias zaterdag: Hans Scholing - bariton
Elias zondag: Tiemo Wang - bariton

Ensemble:
Carin de Ruijter - sopraan
Marije Heemskerk - mezzosopraan
Antoinette Hobelman - alt
2018 03 03 04Muziek gecomponeerd door Howard Goodall

We zongen het requiem
* Eternal light
&
John Tavener
* Mother of God,
* The Lords Prayer,
* Funeral Ikos

Uitvoeringen:
Concert [1] was op zaterdag 3 maart 2018 om ca 20:00 uur in het Kulturhus te Laren (Gld).
adres: Verwoldseweg 1, 7245 AG, Laren (Gld). Website: www.kulturhuslaren.nl

Concert [2] was op zondag 4 maart om ca 15:00 uur in de Protestantse kerk te Almen
adres: Dorpsstraat 36 7218 AH ALMEN Website: https://sites.google.com/site/kerkvanalmen

Het koor zingt onder leiding van Saskia Regtering,
en wordt begeleid door Evert Jan de Groot op piano.
Solist Marcel van Os, Bariton.
Howard Goodall (Bromley, 26 mei 1958) is een Britse componist van musicals, koormuziek en muziek voor televisie.
John Tavener (Londen, 28 januari 1944 – Child Okeford, 12 november 2013) was een Britse componist.
2017 09 23 24Muziek gecomponeerd door HENRY PURCELL

We zongen
* Welcome to all the pleasures en gedeeltes uit:
* Dido and Æneas
* The Fairy Queen
* King Arthur
Uitvoeringen:

Concert [1] za 23 sep 2017 om 20.00 uur in de Kapel op 't Rijsselt &
Concert [2] zo 24 sep 2017 om 16.00 uur in de Kapel op 't Rijsselt.

Het koor zingt onder leiding van Saskia Regtering,
en wordt begeleid door een ensemble onder leiding van Karel Demoet.
De solo’s worden uitgevoerd door sopraan Marije Heemskerk en bas Hans Scholing.



Henry Purcell (ca. 1659- 1695)
Het werk van deze Engelse componist behoort tot het belangrijkste barokrepertoire.

Purcell schreef zowel kerkmuziek, toneelmuziek en instrumentale werken als liederen en (semi-) opera’s. Hij werd een populair componist van welkomstliederen en odes voor vorstelijke personen.
Hij schreef één kamer-opera, Dido and Aeneas uit 1688, alsmede vijf semi-opera's.
Wij heten u welkom met ‘Welcome to all the pleasures’ en hopen u daarna op een plezierige middag of avond te kunnen onthalen.
Uit drie verschillende (semi-)opera’s van Purcell worden delen gezongen, begeleid door een ensemble onder leiding van Karel Demoet.
Regisseur Jowin Heemskerk heeft een soort verhaallijn gerealiseerd door de stukken in een bepaalde volgorde uit te voeren. Hierbij zullen de solo’s worden uitgevoerd door Hans Scholing en Marije Heemskerk. De kooropstelling zal vrijer zijn dan wat u van ons gewend bent. Laat u dus verrassen!
Welcome to all the pleasures
Dit is een lofzang ter gelegenheid van het feest van Sint Cecilia, (a great Patroness of Music), gehouden op 22 november. Purcell componeerde het in 1683. Het is een ode op de muziek, dat 'alle plezier' verzinnebeeldt:
• Welcome to all the pleasures that delight
Of ev'ry sense the grateful appetite.
Hail, great assembly of Apollo's race.
Hail to this happy place, this musical assembly
That seems to be the arc of universal harmony.
Dido and Aeneas
De held Aeneas, onderweg van Troje naar Italië legt aan in Carthago, waar koningin Dido hem ontvangt en een amoureuze verhouding ontstaat.
Hun geluk wordt verstoord door een vijandige hofdame, die hem onder valse voorwendsels (z.g. bevel van Jupiter) er toe aanzet zijn reis voort te zetten. Hij stemt niet zonder wroeging toe en brengt zijn voornemen over aan Dido, die hem hierop de deur wijst. Aeneas herroept nu zijn voornemen, maar Dido is resoluut. Hierop sterft zij van verdriet.
The Fairy-Queen
Het is een typisch voorbeeld van een semi-opera. Een genre, waarin muziek afgewisseld wordt met gesproken tekst en actes. Onderzoek toonde aan dat de opera, die eindigt met een masque, waarin Hymen, de God van het Huwelijk, de boventoon voert, specifiek geschreven is voor de vijftiende trouwdag van het vorstenechtpaar William (onze stadhouder prins Willem III) en Mary. Het werd voor de eerste maal opgevoerd in 1692.

King Arthur
is een patriottische semi-opera uit 1691 op tekst van de dichter John Dryden. Het werk is met opzet als semi-opera geconcipieerd: de gezongen delen kunnen op zichzelf worden uitgevoerd, maar dan verliest het wel de coherentie van het verhaal. Een opvoering van alleen de tekst zou grote gaten in het dramatische verloop laten. Ook hier is weer sprake van de welbekende motieven: edele vrouw, strijd, heldendom en (in dit geval) verzoening. Het verhaal slaat overigens niet op de King Arthur uit de welbekende legende.
2017 01 14Uitgevoerd werd: Sergei Rachmaninoff met een viertal VESPERS.


Concert [1] was op za. 14-jan-2017 om 20:00 uur in de Grote kerk te Elst
adres: Grote Molenstraat 2, 6661 DJ Elst. Website: http://www.pg-elst-info.nl

Concert [2] was op zo. 15-jan-2017 om 15:00 uur in de H. Antonius Abt te Nijmegen
adres: Dennenstraat 125, 6543 JR Nijmegen. Website: http://parochiehees.nl

Concert [3] was op za. 21-jan-2017 om 20:00 uur in in de Martinikerk te Doesburg
adres: Kerkstraat 4, 6981 CM Doesburg. Website: http://www.martinikerk-doesburg.nl

Concert [4] was op zo. 22-jan-2017 om 15:00 uur in de St. Jan te Zutphen
adres: Nieuwstadskerksteeg 2, 7201NH Zutphen. Website: http://www.stjanskerkzutphen.nl



Collegium Vocale Zutphen en het Nijmeegse kamerkoor Poco Piu , beiden o.l.v. Saskia Regtering verzorgden in de tweede helft van januari 2017 een viertal uitvoeringen van de Vespers van Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Hij schreef deze Vespers voor a capella koor in 1915, een jaar waarin Rusland op de rand van de revolutie stond.
Velen zien deze compositie als een hoogtepunt van de Russische geestelijke muziek. Rachmaninoff zelf beschouwde, de Vespers als zijn beste koorwerk.
De muziek in de Vespers is grotendeels gebaseerd op "znamenny-melodieën, het Russische equivalent van het gregoriaans. Rachmaninoff was goed bekend met deze stijl van zingen, mede door zijn studie bij Stepan Smolenski, aan wie hij de Vespers opdroeg.
De muziek werd voor het eerst op de vooravond van pasen in 1915 uitgevoerd door het Moskouse Synodale Koor, dat een concert gaf ten bate van de oorlogsslachtoffers.
De lange nachtwake is een speciale dienst , die in Russisch-orthodoxe kloosters gehouden wordt, voorafgaande aan belangrijke kerkelijke feestdagen, m.n. Pasen, in de orthodoxe kerk het allerbelangrijkste feest.
De Vespers stellen hoge eisen aan het koor: de zang varieert van diepe donkere baspartijen tot hoge vederlichte sopraanpassages.
De melodielijnen vloeien vrijelijk, de dynamiek wisselt sterk.
De beide kamerkoren onder de inspirerende leiding van Saskia Regtering staan borg voor een meditatieve luisterervaring, die het hart rechtstreeks zal bereiken.
In het begin van de vorige eeuw was er in Rusland een ware revival van de traditionele Russische (koor)muziek. Net als Tsjaikovsky, Gretchaninov en anderen schreef ook Sergei Rachmaninoff (1873-1943) in die periode een aantal koorwerken. In die nieuw ontstane Russische koortraditie worden zijn Vespers genoemd als het onmiskenbare hoogtepunt. Slechts twee weken had Rachmaninoff nodig om in februari 1915 dit meesterwerk te schrijven.
Van Rachmaninoff wordt gezegd dat hij geen uitgesproken religieus mens was. Het is dan ook waarschijnlijk dat hij de oude kerkmuziek gebruikte om zijn muzikale ideeën vorm te geven en niet zo zeer om met zijn muziek de liturgie luister bij te zetten. In de kerkdiensten werden zijn Vespers ook bijna nooit gebruikt. Des te vaker wordt het werk uitgevoerd in de concertzalen, waar het telkens en overal met grote waardering wordt ontvangen. Rachmaninoffs Vespers bestaan uit drie delen: de vespers (delen 1 t/m 6), de metten (7 t/m 14) en de priem (15), drie van de gebedsgetijden uit de Russisch orthodoxe Liturgie. Voor negen van de vijftien delen maakte hij gebruik van de authentieke Russische gezangen als fundament, voor de overige zes delen schreef hij melodieën in de Russisch orthodoxe traditie. Hij noemde dit zelf: “bewuste imitaties”. Van de authentieke delen die ten grondslag liggen aan Rachmaninoffs compositie, werden sommige algemeen gebruikt in kerkdiensten van die tijd, zoals deel 2, Blagosloven yesi Ghospody (Gezegend zij U, Heer). Andere (8 t/m 14) waren gebaseerd op eeuwenoude Znamennymelodieën. In alle gevallen gebruikte Rachmaninoff de melodieën als compositiemateriaal, paste ze waar nodig aan en verdeelde ze over de verschillende stemmen zoals in een orkestwerk.
Rachmaninoff behandelde de koorstemmen als die van een orkest. Van de zangers worden uiteenlopende vocale technieken gevraagd, met variaties in kleur, sterke diviseringen en zorgvuldig uitgeschreven accenten, zowel in de teksten als in de dynamiek. Hij paste een techniek toe uit de Russische volksmuziek, de tegenstempolyfonie die sterk afwijkt van het West-Europese contrapunt. De melodie wordt daarin begeleid door een constante toon, gezongen door wisselende koorpartijen. Melodiestructuren onderstrepen bepaalde tekstdelen, en herhalingen van bepaalde melodielijnen tussen de verschillende stemmen benadrukken weer andere tekstgedeelten. Wat Rachmaninoffs muziek virtuoos maakt zijn de veelvuldige diviseringen in de koorpartijen: elke partij wordt ten minste in drieën onderverdeeld, wat resulteert in soms twaalfstemmige muziek. Ook in het stembereik is de muziek extreem, zowel voor de bassen als voor de sopranen. Zo wordt door de bassen gezongen van de lage Bes tot de hoge F.
Net als in zijn beroemde piano concerten en symfonische werken toont Rachmaninoff in de Vespers zijn voorliefde voor ongebruikelijk brede en rijk gevulde akkoorden, en ook maakte hij veelvuldig gebruik van complexe dissonanten (zoals aan het einde van deel 7 “hvalu”), die vrijwel altijd oplossen in volle drieklanken. Wat bij het beluisteren van de Vespers een blijvende indruk achterlaat, is de intense expressie van de teksten in de wake. Het werk voert de luisteraar door een breed scala van stemmingen en emoties. Zo is er bijvoorbeeld de berusting van Simeon na het zien van de Verlosser in deel 5. Niet voor niets droeg Rachmaninoff op dit deel bij zijn eigen begrafenis uit te voeren; misschien ook wel om de laatste twee maten, waarin de diepe bassen stap voor stap in de tombe afdalen tot de allerlaagste bes.
De criticus Derzhanovski schreef over de Vespers: “Rachmaninoff is misschien nog niet eerder zo na gekomen aan de mensen, aan hun tradities, hun ziel, als in dit werk.”
(Met dank aan Musica Vocale Wageningen voor het ter beschikking stellen van deze tekst; de tekst is door Poco Più enigszins aangepast)
2016 04 09Uitgevoerd zal worden: Cherubini met zijn Requiem in c,
het 'In Paradisum', van Fauré,
en met sopraansolo's 'Prière' van Fauré, en 'Ave Maria' van Cherubini.

Concert [1] was op zaterdag 9 april om 20:00 uur in het Kulturhus te Laren (Gld).
adres: Verwoldseweg 1, 7245 AG, Laren (Gld). Website: www.kerklaren.nl/

Concert [2] was op zondag 10 april om 15:00 uur in de Dorpskerk te Rheden,
adres: Dorpsstraat 51, 6991 HE, Rheden.


Over de componist:
Luigi Cherubini (1760-1842)
De Italiaan Luigi Cherubini is een muzikale kameleon anderen noemen hem een opportunist. In Florence en later ook Venetië leert hij de kneepjes van het vak en al jong begint hij met het componeren van religieuze muziek. Luigi leert ook de opera kennen en zijn eerste opera, Il quinto Fabio uit 1780, levert hem zoveel faam op dat het pad voor een succesvolle operacomponist geplaveid lijkt. Na een tweejarig verblijf als hofcomponist in Londen, verhuist Cherubini in 1786 naar Frankrijk, waar hij hoopt te profiteren van de bekendheid van de Italiaanse opera. Die hoop komt uit! Mede dankzij zijn enorme aanpassingsvermogen weet hij de gunst te winnen van de belangrijkste opdrachtgevers en toehoorders, een positie als componist aan het Franse hof te verkrijgen en het Conservatoire de Musique in Parijs op te richten.
De Franse revolutie en de Napoleontische tijd (1789-1813) maken diepe indruk op Cherubini en bepalen mede de onderwerpen en het karakter van zijn opera's waarvan de bekendste Lodoïska en Médée zijn. Door de Europese operahuizen wordt hij uitgenodigd opera's te maken en pas in de nadagen van zijn leven doemt zijn religieuze interesse weer op. Dat is de periode waarin hij missen, motetten, cantates en ook het Requiem in c schrijft.
Cherubini staat in de traditie van de klassieke stijl van Haydn, Mozart en Beethoven en van de operastijl die in Italië gangbaar is ten tijde van Mozarts meest rijpe opera's. Aan die stijl geeft hij een eigen draai. Hij ontdoet die van haar compactheid en onsentimentele dramatische kracht. Daarvoor in de plaats stelt hij een meer zalvende toon, bijvoorbeeld door de inbreng van elementen uit oude religieuze muziek. Omgekeerd verandert hij de religieuze muziek door deze royaal te larderen met elementen uit de opera.
Als gevolg hiervan ontstaat niet alleen een duidelijke scheiding tussen kerkmuziek (die alleen in de kerk klinkt) en religieuze muziek (die ook buiten de kerk in de concertzaal kan klinken); het leidt ook tot een vervaging in het onderscheid tussen seculiere en profane muziek. De twee aspecten zullen zeer bepalend zijn voor veel negentiende-eeuwse muziek.
De nieuwe koers maakt Cherubini ook in de ogen van zijn tijdgenoten tot een belangrijk componist. Beethoven noemt Cherubini 'mijn grootste tijdgenoot' en Berlioz vindt het Agnus Dei uit het Requiem in c beter dan alles wat in dit soort geschreven is'. Na zijn dood raakt Cherubini in de vergetelheid, met uitzondering van de katholieke streken. In de twintigste eeuw, als zijn karakteristieke religieuze muziek niet meer past bij de smaak van de kerkelijke gezaghebbers, moet hij het vooral hebben van beroemde pleitbezorgers onder de musici. Die komen er ook: zijn opera's krijgen aanzien dankzij Maria Callas, zijn religieuze muziek vooral dankzij Riccardo Muti. In hun uitvoeringen is het zalvende element enigszins afgezwakt, maar wordt de dramatische en klassieke basis ervan sterk benadrukt. Die benadering doet na 195o de reputatie van Cherubini duidelijk goed. Hoewel van huis uit een componist voor kerkmuziek en opera, komt hij het beste tot zijn recht op het gebied waar deze stijlen elkaar ontmoeten. Requiem in c (1816)
Cherubini schrijft het Requiem in c in 1816 ter nagedachtenis aan de executie van de Franse koning Lodewijk XVI in 1794 terwijl hij in 1797 een orkest leidt op een feest ter viering van die executie.


Over de mis:
Het Requiem in c toont de kwaliteiten van theatrale kenmerken in kerk-muziek in de kiem: de voorzichtige sporen van een persoonlijke expres-siviteit in de vorm van sentimentaliteit kondigen de veranderingen van de klassieke uitgangspunten aan. Cherubini ís en blijft een operacomponist, ook als hij geen opera's schrijft, maar men moet het opera-achtige in dit Requiem eerder in de kleine figuren zoeken dan in opzichtige of grote gebaren. Een mooi voorbeeld is de instrumentale opening van het Graduale die de introductie van een langzame opera-aria zou kunnen zijn.
Traditie en (bescheiden) vernieuwing lopen in dit werk door elkaar. Het werk heeft de vaste delen van een dodenmis: Introitus, Graduale, Dies irae, Offertorium, Sanctus, Pie Jesu en Agnus Dei. De toonsoort van het gehele werk is c, die dikwijls geassocieerd wordt met
dramatiek (zoals ook Beethovens Vijfde Symfonie en Mozarts 24ste Pia-noconcert). De beweging in de verschillende delen is traag en gelijkmatig, zoals in Cherubini's tijd gebruikelijk is bij plechtige muziekvoor tragische gebeurtenissen. De trage tempi, de homofone schrijfwijze (in akkoorden die het hele koor zingt) en de tonale harmonische wisselingen maken het werk overzichtelijk en goed uitvoerbaar. Ook al speelt een orkest mee, het koor heeft de meest prominente rol. De donkere toon van het Requiem wordt versterkt door de contrabassen en de afwezigheid van violen in het openingsdeel.
Heel anders is de schrijfwijze in het Offertorium. Het tempo ligt weliswaar nauwelijks hoger dan in de eerdere delen, maar de partijen van het koor zingen meer apart en in dialoog, het orkest staat meer op de voorgrond en de muziek is ritmisch rijker. Bij de tekstregel 'Quam olim' kiest Cherubini voor de fuga, sinds de finale uit Mozarts 'Jupiter'-symfonie
uit 1788 een geliefde vorm om een sfeer van grootsheid en complexiteit op te roepen; de fuga herhaalt hij aan het einde van het Offertorium. De tempoversnelling in dit deel is voor kerkmuziek weliswaar zeer ongebruikelijk, maar in opera een beproefd middel om het dramatisch effect te vergroten. Geheel aansluitend bij de kerktraditie waar Cherubini uit voortkomt, is de zetting van het Sanctus als een lieflijk deel en van het Piejesu (althans in de openingsmaten) voor orkest en vrouwenstem.
In het Agnus Dei maakt de sombere toon van het openingsdeel plaats voor een verwachtingsvol uitzien naar een letterlijk hemels bestaan. De toonsoort verandert van c naar C, de muziek is onvervalst theatraal, zij het op bescheiden schaal.
Uit: HANDBOEK VAN DE KOORMUZIEK
Emanuel Overbeeke